Busbranden komen relatief vaak voor en zijn wereldwijd de oorzaak van veel ongevallen. Om deze catastrofes te voorkomen dienen specifieke maatregelen te worden genomen en moeten chauffeurs anti-brandregels respecteren.
De laatste jaren zijn overal in Europa meerdere bussen in brand gevlogen. In Frankrijk zijn bij een busbrand in oktober 2015 43 doden gevallen (Puisseguin, Aquitaine), twee weken later gevolgd door een brand in een schoolbus (Charente). In Scandinavië zijn tussen 1999 en 2004 49 bussen in brand gevlogen. In Duitsland heeft in 2008 een busbrand in Hannover het leven aan 20 personen gekost. Dit fenomeen wekt grote bezorgdheid op bij professionals uit de personenvervoersector.
Hoewel de oorzaken van busbranden vaak onduidelijk blijven, zijn er vijf factoren die tot brand kunnen leiden: een warmtebron, trillingen, materiaalslijting, functioneringsgebreken of slecht onderhoud.
Al bestaande anti-brand systemen
Er bestaan Europese en internationale richtlijnen om efficiënt busbranden te bestrijden, zoals automatische brandblussers die onder de motorkap zijn ingebouwd om motorbranden te blussen. Deze systemen zijn momenteel nog niet verplicht in Europa, maar de verwachting is dat ze vanaf 2018 verplicht worden in touringcars en vanaf 2020 in lijnbussen.
Daarnaast breekt de International Road and Transport Union (IRU) een lans voor het installeren van rookmelders in bussen en touringcars.
Maatregelen om busbranden te voorkomen
De IRU heeft een lijst met maatregelen opgesteld om busbranden te voorkomen. Deze maatregelen kunnen door buschauffeurs genomen worden, en blijken zeer efficiënt te zijn: onderzoek heeft uitgewezen dat een regelmatige controle van het voertuig eventuele brandveroorzakende mankementen zou kunnen voorkomen.
Voordat de chauffeur achter het stuur gaat zitten, moet hij de brandendruk controleren, zich er van verzekeren dat er geen olie uit de uitlaatpijp lekt en controleren dat de uitlaatgassen niet blauw zijn. Ook moet gecontroleerd worden of de motor op correcte wijze voorverwarmd wordt.
Tijdens de reis moet de chauffeur regelmatig het niveau van de koelvloeistof controleren. Als het voertuig is uitgerust met een branddetectiesysteem, dan moet deze geregeld gecontroleerd worden. De chauffeur is verplicht zijn voertuig te stoppen in geval van oververhitting van de motor, de remmen of de retarder. Ook in geval van vreemde luchtjes of verdachte rookontwikkeling moet het voertuig tot stilstand gebracht worden. De chauffeur moet tevens regelmatig het goed functioneren van de hydraulische of elektrische retarder controleren.
De IRU raadt chauffeurs aan alle mankementen te noteren in het dagrapport, samen met de kilometerstand en het tijdstip.
Wat te doen als de bus in brand vliegt
De chauffeur moet zijn voertuig op een veilige plaats parkeren en de handrem aantrekken. Zodra alle reizigers in veiligheid zijn gebracht moeten de motor en de accu's van de alternator afgezet worden. Zodra dit gebeurd is, dient hij de brand te blussen met een brandblusser, echter zonder de motorkap te openen.
Praktische informatie
Wij staan op het netwerk!
Topartikelen
Markttendens
Uw reactie