Cao Beroepsgoederenvervoer algemeen bindend verklaard
Gecreëerd op 06/05/2011, 19:09:43
Volgens hen is er binnen de sector sprake van een lage representativiteit van de vakbonden, die partij zijn bij de cao BGV. Zij zijn van mening dat de cao op een ondemocratische wijze tot stand is gekomen omdat maar een klein percentage van de werknemers in de sector in de gelegenheid is gesteld om hierover te stemmen. Daarnaast vinden zij dat alle in de sector werkzame personen in de gelegenheid gesteld moeten worden om over deze cao te stemmen gezien het feit dat iedere werknemer een verplichte bijdrage aan de cao Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (cao SOOB) betaalt.
De bedenkingen richten zich ook tegen de afbakening van de werkingssfeer van de cao BGV ten aanzien van het kraanverhuurbedrijf en de in de representativiteitsopgave betrokken aantallen werknemers binnen die sector.
Daarnaast hebben zij bedenkingen over de inhoud van de cao. Deze bedenkingen hebben betrekking op de werkingssfeer van de onderhavige cao die volgens hen dwang uitoefent op werkgevers om lid te worden van Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) om de arbeidsvoorwaarden van de cao Goederenvervoer Nederland toe te kunnen passen. Verder hebben de bedenkingen betrekking op artikel 6 lid 1 (verplichtingen van de werkgever), artikel 7 lid 6 (verplichtingen van de werknemer) en artikel lid 4B (loonberekening).
De minsiter oordeelde echter dat het behoort tot de bevoegdheden van de bij de cao betrokken partijen om een bedrijfstak-cao af te sluiten. In de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst is de representativiteit van de werkgevers- of werknemersorganisaties niet als voorwaarde opgenomen voor het afsluiten van een rechtsgeldige cao. Cao-partijen zijn primair verantwoordelijk voor de wijze van totstandkoming van de cao, waaronder ook de wijze van ledenraadpleging.
Partijen, TLN, FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen hebben in een reactie op de bedenkingen verklaard dat cao-partijen tot goedkeuring zijn overgegaan, met inachtneming van hun interne regels. Een bedrijfstak-cao kan voor avv in aanmerking komen indien wordt voldaan aan de daarvoor gestelde vereisten. De cao BGV voldoet hieraan.
Ten aanzien van de bedenkingen tegen de onafhankelijkheid van FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen merk de minister op dat verenigingen van werkgevers en werknemers onafhankelijk van elkaar moeten zijn, dat wil zeggen dat zij vrij moeten zijn van inmenging van de één in de zaken van de ander bij de oprichting, de uitoefening van werkzaamheden en het beheer van hun organisaties. Uit de bedenkingen en de daarop door partijen bij de cao BGV gegeven reactie valt niet af te leiden dat beide bonden niet onafhankelijk van de desbetreffende werkgeversorganisaties zouden zijn.
Bron: transport-online.nl